Masterproef Het herkennen en melden van vermoedens van kindermishandeling

afbeelding Vertrouwenscentrum Kindermishandeling
PRIKBORD

Matthijs Waumans deed als student psychologie voor zijn masterproef een onderzoek naar de effecten van vorming over kindermishandeling op het detecteren en melden van signalen van kindermishandeling bij toekomstige leerkrachten lager onderwijs en maatschappelijk werkers.

Het volledige onderzoek vind je in bijlage.

De samenvatting van het onderzoek:

Voor de melding van vermoedens van kindermishandeling zijn de Vertrouwenscentra Kindermishandeling vaak afhankelijk van professionals die met kinderen en gezinnen werken zoals leerkrachten en maatschappelijk werkers. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat veel van deze professionals aangeven dat zij noch tijdens hun opleiding noch gedurende hun loopbaan training of vorming over kindermishandeling kregen. Van diegenen die wel een vorming kregen over kindermishandeling, geeft de meerderheid toch aan zich onvoldoende voorbereid te voelen om signalen van kindermishandeling accuraat te herkennen en adequaat met een vermoeden van kindermishandeling om te gaan. Dit onderzoek gaat na wat de effecten zijn van een vorming over kindermishandeling bij 40 laatstejaarsstudenten, waarvan 21 student leerkracht lager onderwijs zijn en 19 studenten maatschappelijk werk. Zowel voor als na de vorming werd bij de studenten een vertaling van de ‘Reporting Child Abuse and Neglect Questionnaire’ afgenomen. Aan de hand van de Theory of Planned Behavior werd nagegaan op welke gedragscomponenten de vorming al dan niet een effect had. Uit dit onderzoek blijkt dat de studenten na de vorming aangeven in de toekomst meer van plan te zijn hun vermoedens van kindermishandeling te melden. Daarnaast blijkt ook dat de studenten meer vertrouwen hebben in hun bekwaamheid om signalen van kindermishandeling te herkennen en vermoedens ervan te melden. De studenten hebben meer positieve attitudes ten aanzien van het melden van vermoedens, voelen zich meer gesteund door gespecialiseerde diensten wanneer zij een vermoeden moeten melden en hebben een hogere zelf-ingeschatte waargenomen gedragscontrole in zowel het herkennen als het melden van kindermishandeling. De vomring had dus een effect op alle deelcomponenten van de Theory of Planned Behavior.